We maken op deze website gebruik van cookies. Wilt u weten wat dat betekent voor uw privacy?
Lees dan onze Privacy- en cookieverklaring. Klik hier voor een opt-out van Google Analytics op deze website.
Akkoord »

Menu Inloggen Mijn ESJ

Opname in een zorg- of verpleeghuis? Laat u niet financieel uitkleden

Vermogensinkomensbijtelling

Sinds 1 januari 2013 is de berekening van de eigen bijdrage voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), tegenwoordig Wet langdurige zorg (Wlz), en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aanzienlijk verhoogd door de invoering van de zogeheten vermogensinkomensbijtelling. Deze wijziging is vooral van invloed op alleenstaande ouderen met een laag inkomen, die wel een behoorlijk vermogen hebben en die worden opgenomen in een Wlz-instelling.

Voor veel ouderen is het lastig om te bepalen hoe ze hiermee om moeten gaan. De regels zijn door de vermogensinkomensbijtellling behoorlijk veranderd. Daarnaast is het kabinet voornemens vanaf 1 januari 2019 hier wijzigingen in aan te brengen. In onderstaand artikel worden deze wijzigingen beschreven en besparingstips voorgesteld.

Welke gevolgen heeft de ermogensinkomensbijtelling?

Sinds 1 januari 2013 wordt de grondslag voor de berekening van de eigen Wlz-bijdrage uitgebreid. Sindsdien wordt bij het verzamelinkomen van twee jaar geleden een extra vermogensinkomensbijtelling opgeteld. Deze twee bedragen vormen dan samen de nieuwe grondslag voor de eigen bijdrage voor de Wlz.

Bij de berekening van de vermogensinkomensbijtelling wordt eveneens uitgegaan van de gegevens van twee jaar geleden. Deze bijtelling bedraagt 8% van de waarde per 1 januari van het box 3-vermogen. Deze vermogensinkomensbijtelling wordt gezien als een extra bijtelling over het box 3-vermogen, omdat er – zoals hierboven al vermeld – bij de berekening van het verzamelinkomen ook al 4% van het box 3-vermogen in aanmerking is genomen. Per saldo wordt er dus 12% van het box 3-vermogen meegeteld voor de berekening van de eigen bijdrage voor de Wlz.

De hoogte van de eigen bijdrage kan sinds 2013 voor alleenstaanden (geen partner thuis) zelfs oplopen tot ruim € 26.000/jaar, waardoor het vermogen snel kan “verdampen”.

Vermogensinkomstenbijtelling vanaf 2019

Zoals eerder gesteld is het kabinet voornemens om de bijdrage te wijzigen. Het idee is om de berekeningen eenvoudiger te maken.

De eigen bijdragen zullen als volgt worden, uitgaande van de huidige stand van zaken (juli 2018):

  • Maximaal € 17,50 bijdrage Wmo
  • 4% bijtelling van box 3-vermogen voor de Wlz-bijdrage

Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt dus niet meer gekeken naar de hoogte van het inkomen, het eigen vermogen en het gebruik hiervan. Door deze nieuwe berekeningen gaan er opnieuw zaken veranderen voor ouderen. ESJ is op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen en informeert u hierover waar nodig.

Belastingvrij schenken

Om te voorkomen dat er een forse eigen bijdrage moet worden betaald (de 4% bijtelling), kan de grondslag voor de berekening van de eigen bijdrage worden verminderd. Eén van de mogelijkheden om dit te bereiken is door middel van het verrichten van (belastingvrije) schenkingen aan de (klein)kinderen, hetgeen ook “op papier” kan door een notariële schuldigerkenning.

Aan kinderen kan in 2018 € 5.363 belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan zelfs eenmalig naar € 25.731 verhoogd worden, indien het kind een leeftijd tussen de 18 en 40 jaar heeft. Daarnaast kan ervoor gekozen worden om € 53.602 belastingvrij te schenken, indien het kind een leeftijd tussen de 18 en 40 jaar heeft en de schenking gebruikt wordt om een dure studie te betalen. Een ander alternatief is het schenken ten behoeve van de verwerving, verbetering, het onderhoud of aflossing van de eigenwoningschuld van een eigen woning van een kind tussen de 18 en 40 jaar tot een bedrag van € 100.800. Natuurlijk kunt u ook meer aan de kinderen schenken, waarbij over de eerste € 123.248 10% schenkbelasting is verschuldigd. Aan kleinkinderen kunt u dit jaar € 2.147 belastingvrij schenken.

Omdat de berekening van de eigen Wlz-bijdrage gebaseerd is op de gegevens van twee jaar geleden, zijn schenkingen die in 2018 worden verricht in beginsel pas van invloed op de hoogte van de eigen Wlz-bijdrage van 2020. Indien echter het inkomen in het jaar dat de Wlz-bijdrage verschuldigd is (stel 2018) veel lager is dan twee jaar geleden (stel 2016), dan kan - onder voorwaarden - bij de uitvoerende instantie (CAK) een verzoek ingediend worden om uit te gaan van de gegevens uit het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de Wlz-bijdrage verschuldigd is (2017). Op deze manier zorgt u ervoor dat uw vermogensinkomensbijtelling gunstiger voor u uitvalt.

Spaargeld en testament

Laat uw spaargeld bij (toekomstige) opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis niet “afpakken” en neem tijdig maatregelen!  Misschien kunt u dan ook eens goed naar uw testament laten kijken (opeisbaarheidsclausule bij opname van de langstlevende partner in een Wlz-instelling). Op deze manier voorkomt u ‘verdamping’ van uw geld en zorgt u voor de meest gunstige financiele situatie voor uzelf.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze kantoren bij u in de buurt. Onze experts staan altijd voor u klaar met het advies dat u nodig heeft.
Breda
Zwijndrecht
Oosterhout

Gerelateerde artikelen

Kies een adviseur bij u in de buurt Neem contact op »

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor onze nieuwsbrief
Klik hier »×