Stel, uw BV is door de coronacrisis genoodzaakt om met schuldeisers tot een akkoord te komen. De vennootschapsbelasting belast dit als kwijtscheldingswinst. Deze  heffing is wel aanzienlijk te verminderen. Wat is de juiste aanpak hiervoor? 

Door de coronacrisis zijn er veel bedrijven die een schuldenlast hebben opgebouwd. Door de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) kunnen ondernemingen hun schuldeisers een akkoord voorleggen. Het is belangrijk om gedurende dit traject tijdig aandacht te besteden aan de fiscaliteit.  
 

Kwijtscheldingswinst en vennootschapsbelasting 

Als schuldeisers akkoord gaan met een voorstel waarbij schulden worden afgekocht, ontstaat er door de afkoop een kwijtscheldingswinst. Over deze kwijtscheldingswinst is de BV vennootschapsbelasting verschuldigd.  

Stel, de totale schuld van een onderneming bedraagt € 500.000. De schuldeisers gaan akkoord met een voorstel, waarbij deze schulden worden afgekocht voor € 200.000. De kwijtscheldingswinst bedraagt € 300.000. 

Het gebruik van verrekenbare verliezen
Heeft de onderneming nog verrekenbare verliezen en zijn deze toereikend, dan zal de heffing van vennootschapsbelasting achterwege blijven.  
 

Voorwaarden voor kwijtscheldingswinstvrijstelling  

Blijft er na het toepassen van de verliesverrekening nog een bedrag aan kwijtscheldingswinst over, dan is dit bedrag in beginsel belast met vennootschapsbelasting. Tip:  Echter, onder voorwaarden is de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden.  

  • Er moet formeel sprake zijn van een ‘niet voor verwezenlijking vatbaar recht’ vanuit het standpunt van de schuldeiser. Dit houdt in dat de schuldeiser zijn vordering om zakelijke redenen moet hebben kwijtgescholden, omdat de schuld niet betaald kan worden. Een schuld die binnen een redelijke termijn is af te lossen zonder dat dit leidt tot maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen, valt niet onder de kwijtscheldingswinstvrijstelling. Is de schuldeiser gelieerd met de schuldenaar, dan zou de Belastingdienst kunnen stellen dat de kwijtschelding onzakelijke redenen heeft. Het voordeel is dan niet uit de onderneming, maar op grond van persoonlijke motieven verkregen, waardoor de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet van toepassing is. Het is bij twijfel dan ook altijd aan te raden om in overleg met uw adviseur een verzoek tot vooroverleg in te dienen bij de Belastingdienst.  

  • De kwijtscheldingswinstvrijstelling geldt niet als de schuldenaar onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid. Daarbij geldt een extra bepaling: vindt de kwijtschelding plaats binnen 6 jaar, nadat de schuldeiser de fiscale eenheid heeft verlaten? Dan is de kwijtscheldingswinstvrijstelling in beginsel niet van toepassing. Tenzij de belastingplichtige BV aannemelijk maakt dat het voordeel niet tot zijn winst zou behoren, wanneer hij geen deel zou hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid.  

Hoe zit het met de btw?
De kwijtscheldingswinstvrijstelling staat los van de omzetbelasting. Als een crediteurenschuld vrijvalt, dan moet de eerder in aftrek gebrachte btw worden terugbetaald aan de Belastingdienst.  

Afstemming met uw belastingadviseur
In dit soort trajecten is het zeker aan te raden om tijdig uw belastingadviseur in te schakelen. Zo weet u wat u fiscaal te wachten staat en wellicht kunnen zo fiscale nadelige gevolgen worden voorkomen.  

 

De vennootschapsbelastingheffing op kwijtscheldingswinst is te verminderen met een kwijtscheldingswinstvrijstelling en eventuele verrekenbare verliezen. Stem dit voor uw situatie af met uw belastingadviseur.  

Meer weten?

 

Already verified you are human.
Moment geduld...
Deel deze pagina