De bv drijft een onderneming. Als deze onderneming in de loop van het jaar stopt, wat betekent dit dan voor het gebruikelijk loon voor bijvoorbeeld de dga in dat jaar?
 

Wanneer gebruikelijk loon?

Iedereen met een aanmerkelijk belang in een bv, bijvoorbeeld een dga met minimaal 5% van de aandelen, moet een gebruikelijk loon in aanmerking nemen als hij ook werkzaamheden verricht voor de bv.
 

Hoogte gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  •  Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of

  • het loon van de meest verdienende werknemer in uw bv of verbonden bv’s, of

  • € 58.000.
     

Let op!
Als u aannemelijk kunt maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, kunt u het gebruikelijk loon vaststellen op dat loon. In de tekst en voorbeelden hierna wordt op deze regel verder niet ingegaan.
 

Hoogte gebruikelijk loon na einde onderneming

Als de onderneming in een bv in de loop van het jaar stopt, wat betekent dit dan voor de hoogte van het gebruikelijk loon? Het antwoord op deze vraag is mede afhankelijk van de andere werkzaamheden die degene met een aanmerkelijk belang nog verricht voor de bv.

Een en ander wordt verduidelijkt aan de hand van het volgende voorbeeld.
 

Voorbeeld 2026

Een dga heeft 100% van de aandelen in een bv. In deze bv wordt een winkel geëxploiteerd. De dga verricht fulltime werkzaamheden in de winkel die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van een vestigingsleider. Het loon van de meest verdienende werknemer in de winkel is op fulltime basis € 39.000 per jaar. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking – die van een vestigingsleider van een vergelijkbare winkel – is € 60.000 per jaar op fulltime basis.

Per 1 april 2026 sluit de winkel. De dga verricht tot 1 mei 2026 op fulltime basis nog afsluitende werkzaamheden in verband met de sluiting van de winkel en ontruiming en verkoop van de laatste voorraad. Vanaf 1 mei 2026 bevat de balans van de bv alleen nog een bankrekening, een spaarrekening en een kleine beleggingsportefeuille. De dga verricht vanaf 1 mei 2026 daarom nog nauwelijks werkzaamheden voor de bv. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking voor deze werkzaamheden bedraagt op maandbasis ongeveer € 200.

Het gebruikelijk loon van deze dga zou € 60.000 bedragen als hij het hele jaar werkzaam zou zijn geweest in de winkel. Op maandbasis is dat € 5.000. De dga moet dit gebruikelijk loon van € 5.000 in de maanden januari tot en met april 2026 in aanmerking nemen, omdat hij in die maanden ook de werkzaamheden verrichte in de winkel.  In de maanden mei tot en met december 2026 bedraagt het gebruikelijk loon van de dga € 200 per maand. In totaal komt het gebruikelijk loon van deze dga in 2026 uit op € 21.600 (4 x € 5.000 + 8 x € 200).
 

Voorbeeld 2027

Als de bv uit het voorbeeld in 2027 in stand blijft en het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking in 2027 voor de werkzaamheden van de dga in 2027 ook € 200 per maand bedraagt, hoeft de dga in 2027 geen gebruikelijk loon meer in aanmerking te nemen.

De gebruikelijkloonregeling hoeft namelijk niet toegepast te worden als het gebruikelijk loon in een jaar niet hoger is dan € 5.000.

Let op!
De bv mag dan geen loon betalen aan de dga. Betaalt de bv toch een loon uit aan de dga, dan is de gebruikelijkloonregeling wel van toepassing. Ook als dat loon in het jaar niet hoger is dan € 5.000!
 

Overleg met uw adviseur

Uw eigen situatie is nooit precies gelijk aan het voorgaande gestileerde voorbeeld. Overleg over uw eigen situatie daarom altijd met uw adviseur.

Meer informatie ontvangen?

*
*
*
*
*

Laatste nieuws

COALITIEAKKOORD 2026.jpg
18/02/2026
Coalitieakkoord 2026

Het coalitieakkoord 2026–2030 van D66, VVD en CDA zet stevig in op een toekomstbestendige arbeidsmarkt. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij en lichten we toe wat je daarvan in de praktijk kunt verwachten.

box 3 werkelijk rendement.jpg
18/02/2026
Het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. De ingangsdatum is 1 januari 2028. De Eerste Kamer moet wel nog oordelen over het wetsvoorstel.

Wet tegenbewijsregeling box 3.jpg
18/02/2026
De Wet tegenbewijsregeling box 3

Per 19 juli 2025 is de Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking getreden. Met deze wet is een tegenbewijsregeling in box 3 ingevoerd.