De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Hiermee komt een einde aan de forfaitaire vaststelling van het inkomen in box 3 door de invoering van een heffing op basis van het werkelijke rendement behaald met het vermogen in box 3. De ingangsdatum is 1 januari 2028. De Eerste Kamer moet wel nog oordelen over het wetsvoorstel.
 

Het nieuwe box 3-stelsel

Het nieuwe box 3-stelsel is een hybride stelsel: het stelsel is gebaseerd op de zogenoemde vermogensaanwassystematiek met uitzondering voor box 3-panden en aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups waarvoor de zogenoemde vermogenswinstsystematiek geldt.

De heffing vindt plaats over het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Dit is het inkomen uit sparen en beleggen verminderd met de te verrekenen verliezen uit sparen en beleggen. Het inkomen uit sparen en beleggen is het resultaat uit sparen en beleggen, verminderd, voor zover dit resultaat positief is, met het heffingsvrije resultaat (€ 1.800) en de persoonsgebonden aftrek.

Het resultaat uit sparen en beleggen is het gezamenlijke bedrag van:

  • Het resultaat behaald met bezittingen en schulden; plus

  • Het resultaat behaald met box 3-panden en aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups;

  • Verminderd met de aftrekbare kosten.

Het tarief is 36%.
 

Resultaat box 3-panden en aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups

Voor box 3-panden en aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups geldt de vermogenswinstsystematiek. Het resultaat dat hiermee wordt behaald is hierdoor het gezamenlijke bedrag van de directe inkomsten (reguliere voordelen) en de voordelen die worden behaald bij de vervreemding (de vervreemdingsvoordelen).

Voor een box 3-pand kan afhankelijk van het gebruik van het pand en de hoogte van de opbrengsten uit verhuur het box 3-resultaat ook worden vastgesteld op basis van de zogenoemde vastgoedbijtelling (3,35% over de waarde).

Er geldt een stepup per 1 januari 2028. Dit is de waarde in het economische verkeer, met uitzondering voor woningen. Hiervoor geldt de WOZ-waarde op waardepeildatum 1 januari 2028. Voor verhuurde woningen waarvoor de leegwaarderatio geldt, moet bij het bepalen van de stepupwaarde rekening worden gehouden met de leegwaarderatio.
 

Resultaat overige bezittingen en schulden

Voor alle overige bezittingen (onder andere beleggingen in effecten, cryptovaluta, bepaalde verzekeringsproducten, vorderingen, bankrekeningen en spaardeposito’s) en de schulden geldt de vermogensaanwassystematiek.

In de vermogensaanwassystematiek wordt naast de directe inkomsten (reguliere voordelen) ook het voordeel door vermogensaanwas belast. Dit aanwasvoordeel wordt bepaald aan de hand van de volgende vermogensvergelijking:

  • Box 3-vermogen (bezittingen -/- schulden) per 31 december

  • Af: box 3-vermogen (bezittingen -/- schulden) per 1 januari

  • Af: de stortingen in het kalenderjaar

  • Bij: de onttrekkingen in het kalenderjaar

De bezittingen en schulden aan het begin en aan het eind van het kalenderjaar worden gewaardeerd tegen de op dat moment geldende waarde in het economische verkeer. De stortingen en de onttrekkingen in het kalenderjaar worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer op het moment van de storting dan wel van de onttrekking.

 

Aftrek betaalde rente en kosten

In het nieuwe stelsel is de aftrek van betaalde rente op schulden en van betaalde kosten mogelijk.

De kostenaftrek geldt echter alleen voor kosten, die uitsluitend verband houden met de inning, het behoud en de verwerving van de reguliere voordelen, die worden behaald met bezittingen en schulden of met box 3-panden of aandelen in of winstbewijzen van een startup of scale-up, zijn aftrekbaar. Dit zijn bijvoorbeeld onderhoudskosten of beheerkosten. Verbeteringskosten zijn dus niet direct aftrekbaar, maar verhogen bijvoorbeeld de verkrijgingsprijs van een box 3-pand, waardoor de kosten op het moment van verkoop bij het bepalen van het vervreemdingsvoordeel worden afgetrokken van de verkoopprijs.

Verder is in de wettekst een lijst met kosten opgenomen die toch niet aftrekbaar zijn.
 

Vrijstellingen

Het nieuwe stelsel kent naast dezelfde vrijstellingen als het huidige box 3-stelsel nog twee nieuwe vrijstellingen: de vrijstelling voordelen uit eigen gebruik of verbruik van roerende zaken en de kwijtscheldingsvoordeelvrijstelling.
 

Verliesverrekening

Als het inkomen uit sparen en beleggen in een kalenderjaar een negatief bedrag is, wordt dit aangemerkt als verlies uit sparen en beleggen, voor zover dit bedrag in absolute zin hoger is dan € 500.

Een verlies uit sparen en beleggen kan onbeperkt in de tijd worden verrekend met inkomens uit sparen en beleggen van toekomstige kalenderjaren.
 

Administratieplicht

Er geldt een administratieplicht voor bezittingen en schulden in box 3 waar de Belastingdienst van derden (met name financiële instellingen) niet automatisch gegevens ontvangt.
 

Aangenomen moties

De Tweede Kamer heeft onder andere de volgende moties aangenomen:

  • Motie dat het hybride stelsel per 1 januari 2029 wordt doorontwikkeld naar een stelsel op basis van een volledige vermogenswinstbelasting.

  • Motie dat het vastgoedbijtellingspercentage van 3,35% zo snel mogelijk wordt geactualiseerd.

  • Motie dat de nadelen van de leegwaardecorrectie bij het bepalen van de stepupwaarde van een woning worden onderzocht.
     

Update 26-02-2026

Op 25 februari 2026 heeft de Minister van Financiën aangekondigd dat hij het wetsvoorstel wil aanpassen naar aanleiding van kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer. Met name het ontbreken van een achterwaartse verrekening van verliezen vindt de minister een omissie. Op 26 februari 2026 heeft de Tweede Kamer vervolgens een motie aangenomen waarin de Tweede Kamer de regering verzoekt in te zetten op achterwaartse verliesverrekening van ten minste één jaar.

 

Meer informatie ontvangen?

*
*
*
*
*

Laatste nieuws

ESJ logo.jpg
26/02/2026
Nieuw ESJ-logo

De komende periode vernieuwen wij ons ESJ-logo. Met deze stap maken wij nadrukkelijker zichtbaar dat ESJ onderdeel is van de PIA Group: een krachtige, landelijke organisatie van samenwerkende accountants- en advieskantoren.

Aangifte 2.jpg
20/02/2026
Doe aangifte bij niet meer voldoen aan voortzettingseis BOR

Als een ondernemer zijn bedrijf schenkt of iemand erft zijn bedrijf, kan gebruik worden gemaakt van de bedrijfsopvolgingsregeling. Belangrijke voorwaarde is dat het bedrijf minstens 5 jaar moet worden voortgezet. Als niet aan deze eis wordt voldaan, moet dit bij de Belastingdienst gemeld worden.

Aangifte.jpg
20/02/2026
Doe tijdig aangifte schenkbelasting 2025

Als u in 2025 een schenking hebt ontvangen, moet u vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen.